25 oktober 2009

Kalamees


Nadat we gisteren naar Liimala waren gereden, moest Pille vandaag alweer naar Tallinn. Morgen en overmorgen staat er voor haar werk in Pärnu op het programma, en omdat het schoolvakantie is (en vanaema dan niet hoeft te werken) blijf ik hier een paar dagen met de kinderen.

De bus vertrekt aan de grote weg, aan een winkel hier een paar kilometer vandaan. En toen Pille was opgestapt, werd ik aangesproken door een kleine oude man met een kapiteinspet. In het Ests. In het Russisch. In het Duits. Ik deed maar alsof ik niets begreep, maar toen ik wou wegrijden trok die man opeens de passagiersdeur open. Bleek dat hij een kift wou naar Pile's vader.

Dat kan je op het platteland moeilijk weigeren, dus rijden maar. Ik heb hem dan maar afgezet aan de haven, op een paar honderd meter van Pille's ouderlijke huis. Verder wou ik niet met hem. Wat moet je met een dronken oude man in de buurt van de kinderen?

Ik weet niet of wat volgde halve verwensingen of bedankjes waren - van Russisch gelal begrijp ik immers niets. Het duurde wel even voor hij uitstapte en zijn weg verder zette. Een beetje wankelend. Alsof die oude zeemansbenen nog weten dat ze moeten compenseren voor rollende golven, maar niet dat er op straat weinig branding is.

Maar gauw m'n handen wassen nu...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten