03 juli 2006

Potosi


Er was net een documentaire op tv over de mijnen in Bolivië. In Potosi, op de hoogvlaktes op 4300 hoogte, zijn er bergen waar illegaal verder wordt gemijnd naar zilver en goud. Het zijn vooral kinderen die er werken, omdat er dan minder hoge gangen gegraven moeten worden (net hoog genoeg voor de karretjes), omdat die jongens makkelijker kunnen werken in de smalste spleten, en omdat de meeste mannen er niet ouder worden dan 40.

Ik ben daar toen geweest, ergens in oktober 2000. Ik herken de huizen, de mensen, de coca, de winkeltjes waar je dynamiet kon kopen, de markt waar schoenen uit leder en autobanden worden aangeboden, de armoede, de hoop op een “beter leven”, het lege gevoel dat er toch niets anders is, het karnaval en de doelloosheid, het zwartste zwart en donkerste donker, de gammele gangen, de onverholen opluchting als je het licht op het einde van de Spaanse tontunnel opnieuw ziet, zelfs sommige van de gangen die er gefilmd worden.

Als ik de grijs van “Tio” (het beeld van de duivel op niveau –3) terugzie, moet ik onvermijdelijk denken aan hoe erg die reis mijn leven heeft veranderd, en aan een deel van mijn rusteloosheid richting heeft gegeven. Pachamama geeft en neemt; Tio geeft en neemt… Op een manier ben ik er zeker van dat ik hier, weg uit mijn kleine landje, niet zou geweest zijn – niet zou durven geweest zijn – zonder die ervaring.

Dat is natuurlijk waar voor elke gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen waar je achteraf naar kan wijzen met betekenis. Zo heb ik er veel, en dat is een rijkdom waar ik alleen maar heel erg blij om kan zijn…

De dvd van die documentaire is te koop, maar waarschijnlijk ook te halen in de bibliotheek. Als je daar nog eens komt: het is de moeite waard.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten